Als team in opleiding voor transities in het onderwijs

Mei 2018
Twee leerkrachten en de directeur van de Carolusschool volgen samen een teammaster. Doel van de opleiding is onderwijs duurzaam verbeteren met de inzet van technologie. De master leidt transitieleiders op en werkt met teams om de innovaties beter te laten beklijven binnen de school.
De opleiding 3TO - Teammaster Transitie in Onderwijs met Technologie - is een nieuwe master die sinds dit schooljaar wordt gegeven aan de Hogeschool Leiden en is ontwikkeld in samenwerking met Lucas Onderwijs. Het idee achter de opleiding is dat de inzet van technologie het onderwijs uitdagender maakt. Om dit voor elkaar te krijgen, leidt 3TO leerkrachten en schoolleiders op tot transitieleiders binnen de school. Zij nemen het schoolteam aan de hand om samen duurzame veranderingen in hun onderwijs te realiseren met behulp van technologie.  
 
Samen leren
“Maartje en ik volgen deze opleiding samen met onze directeur Erika Kraai”, vertelt Cathelijne van Montare, leerkracht van groep 3. “Grote veranderingen krijg je niet in je eentje voor elkaar. Daarom volgen leerkrachten en schoolleiders samen de opleiding. Zo creëer je draagvlak voor veranderingen binnen de school en heb je betrokken schoolleiders voor het nemen van grote besluiten.” Een positieve bijkomstigheid van het als team deelnemen, is volgens Maartje van der Bilt, leerkracht van groep 4/5 dat je veel steun aan elkaar hebt.



Tijdens de tweejarige master leren studenten een transitie binnen de school vorm te geven, te begeleiden en uit te voeren. De verwachting is dat zo'n omslag niet per se binnen twee jaar is afgerond. Daarom is er vanuit de opleiding ook in het derde jaar nog begeleiding beschikbaar. Maartje en Cathelijne zijn enthousiast over de opleiding, maar zijn het erover eens dat de combinatie met voor de klas staan 'best pittig' is. Maartje: “Naast vier dagen zelf lesgeven, gaan we een dag in de week naar school, hebben we zelfstudie, huiswerk, betrekken we collega’s bij de ontwikkeling van ons transitieplan, voeren we onderzoek uit binnen de school, interviewen we collega’s, enzovoorts. Je leert onder meer over transitiekunde, teamontwikkeling, wat je eigen rol wordt in het transitieproces en nieuwe technologieën in het onderwijs.”
 
Veranderende schoolpopulatie
De directe aanleiding voor de drie collega’s om de opleiding te volgen is, naast de technologisering van het onderwijs, een aantal veranderingen die gaande zijn op de Carolusschool. Maartje van der Bilt: “We hadden oorspronkelijk veel gewichtenleerlingen, kinderen die bijvoorbeeld door een laag opleidingsniveau van de ouders een hoger gewicht kregen en daarmee meer achterstandsgelden meebrachten. De afgelopen jaren is dat veranderd door een toename van het aantal kinderen van hoger opgeleide ouders. Daarop moet je je onderwijs aanpassen. We hebben nu bijvoorbeeld veel minder NT2-leerlingen. Daarnaast gaat een aanzienlijk deel van onze collega’s op korte termijn met pensioen. Dat heeft ook impact op het team en de kijk op ons onderwijs.”
 
Met die veranderingen in gedachten ontwikkelde de school in eerste instantie een nieuwe visie die kort samengevat luidt: Samen leren in een oase van verschil. Een school waar elk kind het onderwijs krijgt dat bij hem of haar past en aansluit bij de ontwikkeling van het kind. Op de Carolusschool staan kinderen centraal. “Kinderen centraal zetten is natuurlijk best algemeen. Onze vraag is hoe we dat nu in de praktijk gaan terugzien? Hoe gaan we optimaal inspelen op de behoefte van elk kind in combinatie met onderwijsvernieuwing? En in ons geval met behulp van technologie zoals Snappet”, zegt Maartje van der Bilt.
 
Frustratie
Afgelopen september startte het drietal met de opleiding. De transitievraag voor hun school is nog niet concreet. Cathelijne: “We vonden de opleiding in het begin best frustrerend, omdat je graag met een concrete vraag aan de slag gaat. Je moet echt leren onderzoeken wat je vraag is. Het blijft dan ook lang vaag, terwijl wij van kaders en structuur houden. Dat ben je met studies gewend.” Maartje vult aan: “Je moet echt uit je comfortzone stappen en leren dat je niet direct een pasklare transitievraag hebt en aan de slag kunt op school. Die vraag moet je gaandeweg met het hele schoolteam ontwikkelen door samen eerst een duidelijke visie te krijgen op goed onderwijs. Daar doen we nu onderzoek naar via allerlei opdrachten, zoals het interviewen van collega’s, een studiedag en bijvoorbeeld literatuuronderzoek. Dit schooljaar hopen we onze transitievraag duidelijk te hebben. Daarna bepalen we hoe Snappet het beste binnen ons onderwijs past en zetten we een transitielijn op voor het uitvoeren van de veranderingen in de komende twee jaar.”



Omdat het leer- en werkproces volgens de leerkrachten een creatief proces is, blijft het volgens Cathelijne en Maartje lastig om het transitieplan duidelijk over te brengen, ook naar collega’s. “Dat riep zeker in het begin van de opleiding weerstand bij mij op, maar nu we een half jaar verder zijn zie ik dat je via creativiteit uiteindelijk steeds dichter naar de kern van je vraag komt.” Cathelijne: “Eigenlijk ga je van heel breed met allerlei ideeën en vragen steeds dieper in op wat je wilt gaan veranderen binnen de school om het onderwijs voor je leerlingen met gebruik van technologie te verbeteren.”
 
Transitieleiders
Naast het ontwikkelen van de transitievraag leren de studenten hoe zij zich kunnen ontwikkelen tot transitieleiders. Zij moeten uiteindelijk met succes het hele schoolteam meenemen in de op handen zijnde veranderingen. Maartje: “Wie ben je als transitieleider, hoe sta jij in de groep, hoe krijg je iemand mee, wat zijn jouw sterke punten, et cetera? Dit zoeken we tijdens de opleiding uit. Ik heb geleerd sneller op de voorgrond te treden en een leidende rol te nemen. Voorheen wilde ik eerst zeker zijn van elke stap, dat kan ik nu meer loslaten. Het mooie is dat we met z’n drieën zijn, waardoor we elkaar goed aanvullen.” Cathelijne: “Ik ben altijd groepsleerkracht geweest, dankzij dit soort oefeningen tijdens de opleiding leer ik welke rol uiteindelijk het beste bij mij past. Ik hoef bijvoorbeeld geen leider op de voorgrond te zijn, tegelijkertijd besef ik nu dat er allerlei vormen van leiderschap zijn. Je kunt bijvoorbeeld ook leiderschap tonen door anderen de ruimte te geven om knopen door te hakken en ze daarin te ondersteunen.”
 
Hoe vaag het proces soms ook voelt voor de masterstudenten van de Carolusschool, hun gedachten en plannen krijgen steeds concretere vormen: Cathelijne en Maartje: “Uiteindelijk zorgen we er samen met onze directeur Erika voor dat over een jaar of twee de school een nieuwe fase ingaat, waarin we dankzij de inzet van onderwijstechnologie de leerlingen echt centraal zetten.”
 
Tekst Sietske Arkenau
Foto Lou Wolfs